Categorie archief: Projecten

Twintig-twintig

Onder leiding van Mark Walter zouden we in het voorjaarsproject van 2020 muziek uit de jaren twintig van de vorige eeuw zingen. Op het programma stond onder andere:

  • Martin – Mis voor dubbelkoor (1922)
  • Andriessen – Als het licht wordt (1920)
  • Schönberg – Drei Volkslieder (1928/29)
  • Stravinsky – Pater Noster (1926)
  • Delius – The Splendour falls (1923)

De geplande concerten van 6 en 7 juni 2020 zijn gecanceld in verband met de coronamaatregelen.

Mijn ziel is louter klanken

Ach, m’n ziel is louter klanken
In dit uur van louter kleuren;
Klanken, die omhoge ranken
In een dolle tuin van geuren

De woorden van Paul van Ostaijen uit 1914 in zijn gedicht Avond zijn een perfecte typering voor de werken die Coqu binnenkort ten gehore brengt. Koorklank is de gemeenschappelijke deler van de Nederlandse en Vlaamse componisten uit de 20e eeuw die op het programma staan.

‘In alle vocale muziek speelt koorklank natuurlijk een rol,’ zegt dirigent Rienk Bakker (die afstudeerde op Ton de Leeuws A cette heur du jour), ‘maar de componisten in dit programma weten als geen ander de teksten zo te verklanken dat een bijna volmaakte eenheid van tekst en muziek ontstaat. Alles is klankkleur: de harmonieën, de dissonanten, de woorden, de stemverdeling. Luister maar hoe Ton de Leeuw en Raymond Schroyens er beiden in slagen om een sensuele tekstbeleving te verwezenlijken zonder sentimentele of anderszins romantische expressieve uitwassen. Ze experimenteren met de puurheid van de klank en zoeken naar de volmaakte synthese tussen tekst en muziek.’

Ook de andere componisten op het programma hebben hun eigen klankwereld weten te creëren. En waar Joost Kleppe zijn klanken reliëf geeft door de zangers aan het stampen en trommelen te zetten, geeft de (woeste) cellopartij bij de werken van Rudi Tas en Sebastiaan van Steenberge de stukken een extra spannende dimensie. Van Tomtit nest (Vic Nees) tot Juffer Lola (Daan Manneke) en het Schlaflied van Bikkembergs; ervaar zelf hoe deze muziek binnenkomt. Zonder aan te dringen – toch heel indringend.

Het stuk van Joost Kleppe (Caminante no hay camino) is geschreven in opdracht van de Stichting Pieterskerkconcerten.

Concerten
Vrijdag 31 januari 2020 | Pieterskerk, Utrecht | 20.15 uur | € 15/€10 (voorverkoop)
Zondag 2 februari 2020 | Grote Kerk, Wijk bij Duurstede | 16.00 uur | vrijwillige bijdrage

Een stem uit de hemel

Er is muziek die bezingt wat concreet is; de liefde voor een bepaald persoon, het vertrouwen in een heerser of een God. In dit programma echter koorwerken die het tastbare willen overstijgen. We bezingen het verlangen naar onbekende en misschien wel geïdealiseerde tijden, plaatsen, personen en goden, en de troost en inspiratie die dat biedt’, aldus dirigent Lodewijk van der Ree

Centraal in het programma staan de Engelse componisten Hubert Parry en Herbert Howells. Zowel Parry’s Songs of Farewell als Howells’ magistrale Requiem (voor a cappella koor en solisten) hebben afscheid en rouw als thema. Maar meer nog benadrukken beide stukken wat ná het afscheid komt, en de troost die dit hoopvolle vooruitzicht biedt, ook voor hen die achterblijven. Daan Manneke verklankt Psalm 121 met veel oor voor tekstexpressie, terwijl Charles Villiers Stanford met Beati quorum via juist een kalm en vloeiend polyfoon weefsel spint om de sfeer van de woorden uit psalm 119 te vangen. Daarnaast klinken twee – totaal verschillende – aan Maria gewijde stukken; de minimalistisch getoonzette smeekbede Most holy mother of God van Arvo Pärt, en Federico Mompou’s in weelderige harmonieën gehulde Ave Maria. Tot slot twee werken uit de renaissance in de Nederlanden: Josquin des Prez verklankt in Mille regretz het schrijnende verlangen naar een onbereikbare geliefde, terwijl Sweelinck in Venite exultemus Domino de glorie van God bezingt.

Vrijdag 25 oktober 2019 | Sint-Machariuskerk, Gent | 19.00 uur
Zaterdag 26 oktober 2019 | Hof Bladelin, Brugge | 15.00 uur

Najaarsproject ¡Libertad! met Anthony Scheffer

In het najaar van 2018 staat Coqu onder leiding van de Amersfoortse dirigent Anthony Scheffer. Het programma, dat de werktitel ¡Libertad! draagt, is een muzikale reflectie en historisch collage op de dialoog tussen Nederland en Spanje. Over programma en dirigent meer in een volgend bericht.

Concerten zijn op 19 en 20 januari 2019.

Programma ‘the dove descending’

‘The dove descending’ is een luchtig zomerprogramma. Coqu bezingt de natuur in al haar facetten met het gelijknamige werk van Igor Stravinsky als uitgangspunt.

De prachtige tekst van T.S. Eliot zorgt voor diepgang in het lichte programma. Hij neemt de lezer mee langs de diepten van zelfbedrog, falen, wanhoop en bodemloze zinloosheid. Hierbij overstijgt hij de paradox van het bestaan waarin goed en kwaad, geluk en lijden, dood en leven verweven blijken te zijn.

Voor de pauze vliegt de duif door Oost-Europa langs Hongaarse volksmuziek van Lajos Bardos via hanengekraai boven dissonante toonklusters in Éjsaka en Reggel van Gyorgy Ligeti naar verstilde klanken van twee Letse componisten. Klusās Dziesmas van Peteris Vasks  is een liederencyclus over stilte en in ‘Stars’ van Erik Ešenvalds begeleidt het koor zichzelf met een waterorgel van gestemde wijnglazen.

Na de pauze vervolgen we onze reis naar het noorden en komen uit in Zweden bij liefelijke bloemenweides vol lelietjes van dalen in ‘Kung Liljekonvalje’ van David Wikander. ’s Nachts wordt de plek overgenomen door de heksen uit de ‘Four Shakespeare Songs’ van Jaakko Mäntyjärvi die er hun giftige toverdrank bereiden.

Programma

Bárdos : Csillagvirág
Stravinsky : The dove descending
Vasks : Klusās Dziesmas

  • Nosāpi pārsāpi
  • Dusi dusi
  • Trīs meži
  • Paldies tev vēlā saule

Ligeti : Éjsaka, Reggel
Ešenvalds : Evening. Stars

Pauze

Wikander : Kung Liljekonvalje, Förvårskväll
Mäntyjärvi : Four Shakespeare Songs

  • Come away, death
  • Lullaby
  • Double, double toil and trouble
  • Full fathom five

B. Ollén : I denna ljuva sommartid